1. De druk bepalen

Kijk op de drukmeter van de cv-ketel. Wanneer de meter aangeeft dat de druk lager is dan 1 bar, moet je de cv-ketel bij vullen.

2. De cv-ketel uitzetten

Het is van belang dat de cv-ketel wordt uitgeschakeld. De thermostaat moet op de laagste stand worden gezet. Hierdoor koelt het water dat in de ketel zit af. Wanneer je een analoge drukmeter hebt, moet je ook nog de stekker uit het stopcontact halen. Wanneer je een digitale drukmeter hebt, kun je dit via het bedieningspaneel uitzetten. Laat de ketel minimaal een half uur afkoelen voordat je verder gaat.

3. Slang op de waterkraan aansluiten

Wanneer je een digitaal drukdisplay hebt, is dit het moment om deze weer aan te zetten. Dan kun je de druk weer aflezen. Vervolgens sluit je een slang aan op een waterkraan. Pak een emmer om knoeien te voorkomen. Zet de waterkraan open en laat het water tot het uiteinde van de slang komen. Dit doe je om te zorgen dat er geen lucht meer in de slang zit. Sluit nu de waterkraan weer.

4. Slang op de vulkraan aansluiten

Draai de drop van de vulkraan zonder deze te openen en sluit de slang hier ook op aan. Open nu de vul kraan.

5. CV-ketel bijvullen

Draai de waterkraan open en vervolgens pas de vulkraan. Wacht nu tot de druk bijna op 2 bar staat. Sluit vervolgens eerst de vulkraan en daarna de waterkaan. Koppel nu de slang helemaal los en laat het uitlekken boven de emmer.

6. Aanzetten van de CV-ketel

Het bijvullen is nu klaar. Als je de stekker uit het stopcontact hebt gehaald, kun je deze er nu weer terug in doen. Zet de thermostaat weer op de gewenste temperatuur.