Wat is autisme?

Autisme of autismespectrumstoornis (ASS) is een ontwikkelingsstoornis. Deze stoornis zorgt ervoor dat informatie in je hersenen net iets anders wordt verwerkt dan bij de meeste mensen. Ruim één procent van de Nederlanders heeft ASS. Dat zijn zo’n 200.000 mensen. Autisme kan zich per persoon op verschillende manieren uiten. Een autismespectrumstoornis is dus eigenlijk een verzamelnaam voor gedragskenmerken die je kwetsbaar maken op bepaalde gebieden. Mensen met autisme zijn bijvoorbeeld minder flexibel in hun denken, hebben moeite met sociale interactie en communicatie of kunnen informatie moeilijk filteren en verwerken.

Hoe ontstaat autisme?

Oorzaken van autisme zijn een combinatie van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren. Uit onderzoek blijkt dat erfelijkheid bij acht op de tien mensen met ASS een rol speelt. Bij deze mensen is autisme een aangeboren afwijking. Maar of en wanneer kenmerken van autisme tot uiting komen op latere leeftijd, hangt af van bepaalde omgevingsfactoren. Zo is de kans op autisme groter bij vroeggeboorte, diabetes bij de moeder, een vitamine D-tekort tijdens de zwangerschap en ouders die op latere leeftijd aan kinderen beginnen. Het verband tussen deze factoren en autisme is niet zo simpel. Er moet dus nog meer onderzoek naar gedaan worden.

Je kunt geen autisme ontwikkelen door een bepaalde opvoeding, de sfeer thuis of door een traumatische ervaring. Ook wordt er weleens gedacht dat vaccinaties autisme veroorzaken. Uit verschillende onderzoeken is inmiddels gebleken dat autisme en inentingen niets met elkaar te maken hebben.

Verschillende soorten autisme

De term autismespectrumstoornis (ASS) wordt nog niet zo lang gebruikt. Eerder bestonden er verschillende subtypen van autisme, zoals klassiek autisme, PDD-NOS, het syndroom van Asperger en McDD. 

  • ​Klassiek autisme of autistische stoornis: mensen met klassiek autisme zijn vooral snel overprikkeld. Ze ondervinden vaak problemen op het gebied van sociale interactie en communicatie. Ze hebben een beperkte interesse, maar kunnen zich wel helemaal verliezen in een bepaald interessegebied. Ook is er sprake van herhalingsgedrag. In de kindertijd hebben veel mensen met klassiek autisme een taalachterstand.
  • Het syndroom van Asperger: mensen met Asperger hebben kenmerken die overeenkomen met de autistische stoornis, zoals communicatieproblemen en een beperkte interesse. Wel hebben mensen met Asperger een normale tot hoge intelligentie en hebben zij geen last van een taalachterstand op jonge leeftijd. Ze kunnen zelf ook goed uitleggen wat ze bedoelen en snappen andere mensen snel.
  • PDD-NOS: PDD-NOS staat voor Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified. Deze vorm van autisme wordt ook wel de ‘restcategorie’ van ASS genoemd. Mensen met PDD-NOS kunnen kenmerken van klassiek autisme of Asperger hebben, zoals problemen op sociaal gebied. Maar meestal hebben zij geen last van herhaling in gedragspatronen of beperkte interesses.
  • McDD: met McDD wordt ook wel de Multiple Complex Developmental Disorder bedoeld. Vertaald is dit de meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis. Deze stoornis komt vaak al op jonge leeftijd tot uiting. Mensen met McDD kunnen moeilijk omgaan met hun eigen emoties en gedachten. Ook is er bij mensen met McDD vaak sprake van verstoord sociaal gedrag. Ze kunnen zich moeilijk inleven in anderen en maken nauwelijks vrienden.

Bovenstaande diagnoses worden nu niet meer gegeven. In de DSM-5, het Amerikaanse handboek voor psychische stoornissen, wordt inmiddels alleen nog gesproken over één autisme-diagnose: autismespectrumstoornis of ASS. Dit zijn diverse stoornissen die in de kern op elkaar lijken, maar die op verschillende manieren tot uiting komen.

Verschijnselen van autisme

Autisme herkennen is soms lastig, omdat dit bij iedereen weer anders is. Je kunt autisme niet ontdekken of herkennen aan de hand van een bloedtest of dna-test. De diagnose autismespectrumstoornis wordt gegeven door een psychiater of een gz-psycholoog. Deze diagnose wordt gebaseerd op bepaalde gedragskenmerken.

Veel mensen met autisme herkennen zich in het volgende gedrag: 

  • ​Snel overprikkeld zijn en gevoelig zijn voor geluid, pijn of emoties
  • Problemen op sociaal gebied
  • Moeite met dingen die (onverwacht) veranderen
  • Dingen heel letterlijk nemen
  • Volledig opgaan in bepaalde onderwerpen of hobby’s
  • Moeite hebben met het overzicht bewaren
  • Goed zijn in het herkennen van patronen

Ook zijn de verschijnselen van autisme verschillend per levensfase. Gedragskenmerken die je als kind had, kunnen in de puberteit of op volwassen leeftijd anders tot uiting komen.

Kenmerken autisme bij kinderen tot 6 jaar

  • ​Je kind praat op veel latere leeftijd pas (taalachterstand)
  • Je kind reageert niet op zijn of haar naam
  • Je kind wordt pas later zindelijk
  • Je kind wil steeds dezelfde kleding aan
  • Je kind herhaalt bepaalde bewegingen steeds
  • Je kind huilt veel en wil zich niet laten troosten

Kenmerken autisme bij kinderen tussen de 6 en 12 jaar

  • Je kind heeft moeite met (onverwachte) veranderingen
  • Je kind maakt moeilijk contact met anderen
  • Je kind begrijpt emoties van anderen met moeite
  • Je kind doet alles het liefst op dezelfde manier
  • Je kind kan niet goed tegen drukte
  • Je kind is snel angstig in onbekende situaties met onbekende mensen

Kenmerken autisme bij jongvolwassenen

  • ​Je vindt het moeilijk om huiswerk of opdrachten te plannen
  • Je gaat moeizaam om met leeftijdsgenoten
  • Je begint niet makkelijk aan een (liefdes)relatie
  • Je hebt tijdens je puberteit heftige reacties op lichamelijke veranderingen
  • Je hebt problemen met je studie of loopbaan
  • Je bent vaak voor langere tijd angstig of somber

Kenmerken autisme bij volwassen

  • Je hebt veel moeite met het opvoeden van je kinderen
  • Je kunt moeilijk omgaan met werkstressJe vindt samenwerken erg moeilijk
  • Je kunt je sterk richten op één hobby
  • Je kunt moeilijk een (liefdes)relatie onderhouden
  • Je voelt je voor langere tijd angstig of somber

Kenmerken autisme bij ouderen

  • ​Je hebt moeite om je aan te passen aan nieuwe situaties, zoals met pensioen gaan of je partner verliezen
  • Je voelt je vaak eenzaam
  • Je vraagt niet om hulp
  • Je hebt weinig tot geen vrienden

Wat kan ik doen als ik denk dat mijn kind autisme heeft?

Autisme is niet iets dat genezen kan worden. Wel kunnen jij en je kind ermee leren omgaan. Hoe meer je weet over autismespectrumstoornissen, hoe beter je bepaalde kenmerken kunt plaatsen. Vermoed je dat jouw kind autisme heeft? Ga dan in gesprek met de huisarts, het consultatiebureau of de schoolarts. Hoe eerder je kind de diagnose krijgt, hoe beter.

  • ​Begin met het verzamelen van informatie. Denk je dat jouw kind autisme heeft? Of heb je net te horen gekregen dat je kind een autismespectrumstoornis heeft? Dan komt er veel op je af. Met een hulpverlener kun je hierover praten. Hij of zij legt uit welke kenmerken bij de stoornis horen, en hoe je dit kunt inpassen in jullie dagelijks leven. Hoe ga je om met heftige emoties van je kind? Ook eventuele broers of zussen, juffen en meesters, en begeleiders krijgen hierover advies van de hulpverlener. Vanaf ongeveer acht jaar krijgen kinderen hierover zelf informatie.
  • Leer je kind omgaan met prikkels en stress. Gaat er iets veranderen, bijvoorbeeld een andere school, een scheiding of een verhuizing? Geef je kind met ASS dan extra uitleg en aandacht. Let ook op plotselinge stemmingswisselingen. Bij heftige emoties is er vaak iets waar je kind last van heeft. Bovendien zijn er diverse trainingen waar je je kind voor kunt opgeven. Denk aan huiswerkbegeleiding, een training sociale vaardigheden of een training mindfulness.
  • Therapie voor kinderen met autisme. Om beter te leren omgaan met kenmerken van een autismespectrumstoornis, kan je kind therapie volgen. Met gedragstherapie leert je kind anders naar bepaalde dingen kijken. Er is ook vaktherapie voor kinderen met ASS. Dit zijn therapieën waarbij je kind niet alleen praat met een hulpverlener. Je kind is ook bezig met spelen of bewegen. 
  • Medicatie bij autisme. Je kunt autisme niet genezen met medicijnen. Wel wordt er soms medicatie voorgeschreven door de psychiater in combinatie met therapie. In de eerste plaats zal de hulpverlener je kind proberen te helpen zonder medicatie voor te schrijven. Soms kunnen medicijnen namelijk ook vervelende bijwerkingen geven. In sommige gevallen hebben kinderen met autisme baat bij het gebruik van bepaalde hormonen of het volgen van een dieet. Hier is nog niet voldoende onderzoek naar gedaan, dus geef je kind in ieder geval nooit zomaar een medicijn, hormoon of voedingsmiddel. Overleg dit altijd eerst met de huisarts of hulpverlener. 

Wat kan ik doen als ik denk dat ik autisme heb?

Misschien vermoed je dat je een autismespectrumstoornis hebt. Ga hierover eerst in gesprek met de huisarts. De huisarts kan een test bij je afnemen. Er kan geen bloedonderzoek, dna-test of hersenscan worden gedaan. Autismespectrumstoornissen zijn alleen te diagnosticeren op basis van uiterlijke gedragskenmerken.

Is je huisarts van mening dat verder onderzoek nodig is? Dan krijg je een doorverwijzing naar een gz-psycholoog of psychiater. Zij zijn gespecialiseerd in ASS. Samen met de hulpverlener vul je een vragenlijst in en stellen zij jou nog meer vragen. Bijvoorbeeld over hoe je omgaat met andere mensen of wat je doet als je overprikkeld bent. Als je hiervoor toestemming geeft, praat de hulpverlener ook met je familie of vrienden.

Wie geeft hulp en zorg bij autisme?

Er zijn verschillende soorten hulpverleners die je kunnen helpen als je een autismespectrumstoornis hebt. Van wie je precies hulp nodig hebt, hangt af van de autisme-kenmerken waar jij mee te maken hebt. Daarom wordt hulp en zorg bij autisme altijd op maat verzorgd.

  • ​Praktijkondersteuner ggz: in de huisartsenpraktijk kun je praten met de praktijkondersteuner. Een praktijkondersteuner helpt mensen met psychische klachten.
  • Psycholoog: in gesprek met de psycholoog leer je omgaan met de verschijnselen die bij autisme horen. Je krijgt bijvoorbeeld uitgebreide voorlichting over autisme of volgt gedragstherapie of een vorm van creatieve therapie (muziektherapie of dramatherapie).
  • Arts: alleen de huisarts of psychiater kan medicijnen voorschrijven bij autisme. Dit wordt niet snel gedaan. Er is namelijk nog geen bewijs dat medicatie echt werkt voor mensen met autisme.
  • Bedrijfsarts: het hebben van een autismespectrumstoornis kan invloed hebben op je werksituatie. Bespreek dit niet alleen met je werkgever, maar ook met de bedrijfsarts. Samen met de bedrijfsarts onderzoek je of er misschien aanpassingen nodig zijn in je werksituatie.
  • Gemeente: heb je praktische begeleiding nodig bij ASS? Dan kun je aanspraak maken op de gemeente waar je woont. Vaak is er een speciaal wijkteam aangewezen dat je kan helpen met praktische begeleiding bij autisme.

Het kan ook fijn zijn om met anderen te praten die autisme hebben. Ervaringsdeskundigen vind je bijvoorbeeld via de Nederlandse Vereniging voor Autisme of de Vereniging Personen uit het Autisme Spectrum.

Begeleiding bij autisme

Als je de diagnose autismespectrumstoornis hebt gehad, is het goed om te weten dat autisme niet over gaat. Wel kun je ermee leren omgaan. Het verzamelen van informatie is een goede eerste stap. Een hulpverlener ondersteunt je hierbij. Misschien voelt de diagnose autisme wel als een opluchting, maar kan het ook overweldigend zijn. De hulpverlener helpt je hiermee omgaan.

  • ​Hulpmiddelen bij autisme. Om de dagelijkse stress te verminderen en prikkels draaglijker te maken voor jezelf (of je kind met autisme), kun je bepaalde hulpmiddelen gebruiken. Maak bijvoorbeeld gebruik van een planner of timer, zodat je makkelijker overzicht houdt en je je beter kunt focussen. Gebruik oordoppen tegen prikkels van buitenaf. Probeer ook eens een drukvest uit. Dit is een opblaasbaar vest dat extra druk geeft op je bovenlichaam, als een soort knuffel. Een drukvest geeft jou of je kind met autisme een gevoel van veiligheid tijdens erg stressvolle periodes. 
  • Training of begeleiding bij autisme. Je kunt als (jong)volwassene diverse trainingen volgen om beter om te leren gaan met autisme. Denk aan huiswerkbegeleiding of begeleiding op je werk, een training sociale vaardigheden, hulp bij school- of beroepskeuze of een training mindfulness.
  • Therapie bij autisme. Wil je beter om leren gaan met de kenmerken van ASS? Dan kan therapie een uitkomst bieden. Soms ga je in gesprek met een hulpverlener, maar je kunt ook groepstherapie doen. Vormen van therapie die je helpen bij autisme zijn bijvoorbeeld gedragstherapie (hierbij leer je anders naar dingen kijken), dramatherapie (naast praten met een professional ga je ook toneelspelen) of muziektherapie (naast gesprekken met de hulpverlener maak je muziek).
  • Medicatie bij autisme. Medicijnen alleen zullen je niet helpen bij autisme. Er is ook geen medicatie waardoor je autisme ‘over’ gaat. Wel kan het een aanvulling zijn op therapie of andere begeleiding. Omdat nog niet bewezen is dat medicatie volwassenen met autisme echt helpt, zijn artsen hier vaak voorzichtig mee. Soms krijg je risperidon voorgeschreven bij probleemgedrag of overprikkeling. Heb je last van dwanggedachten, agressie of ben je erg prikkelbaar? In sommige gevallen krijg je dan antidepressiva.

Hoe kan ik het best omgaan met iemand met autisme?

Soms kan het best moeilijk zijn als een naaste autisme heeft. Sociale steun kan je dan verder helpen. Iemand met ASS verwerkt informatie in de hersenen op een andere manier en kijkt anders naar de wereld. Ook grote veranderingen kunnen voor mensen met autisme erg lastig zijn. Dan is het fijn als mensen in hun omgeving dit begrijpen en hiermee om kunnen gaan.

Tips voor als je naaste autisme heeft:

  • Let op stemmingswisselingen. Misschien is hij of zij opeens erg angstig of boos of is er voor een langere tijd sprake van sombere gevoelens. Ga hierover met elkaar in gesprek om te ontdekken wat de oorzaak is van deze stemmingswisselingen. Zo kun je samen een oplossing zoeken.
  • Gebruik concrete taal. Dingen met een dubbelzinnige betekenis zijn vaak lastig te begrijpen voor iemand met autisme, omdat zij dingen erg letterlijk nemen. Daarnaast is het slim om rustig en duidelijk te praten. Check na een gesprek altijd of de ander jou volledig heeft begrepen. 
  • Bespreek veranderingen of nieuwe situaties. Voor er een grote verandering plaatsvindt, is het handig om dit ‘voor te bespreken’. Zo weet iemand met autisme wat hij of zij kan verwachten, en is er geen sprake van overweldiging of overprikkeling. Grote veranderingen zijn er in elke levensfase. Denk aan het beginnen met de middelbare school of een opleiding, zelfstandig wonen, starten met een eerste of nieuwe baan, trouwen of juist scheiden, een kind krijgen, met pensioen gaan of dierbaren verliezen. Geef je naaste met autisme voldoende tijd om te wennen aan de nieuwe situatie.
  • Zorg voor vaste rituelen. Iemand met autisme kan baat hebben bij vaste rituelen en routines. Bijvoorbeeld een duidelijke ochtendroutine of een avondritueel om de dag rustig af te sluiten. Ook kan het helpen als je bepaalde activiteiten op vaste plekken doet. Een vaste werkplek op kantoor, een vaste vakantieplek of een café waar jullie altijd samen uit eten gaan. Dat zorgt voor rust en regelmaat.
  • Houd er rekening mee dat iemand sneller overprikkeld is. Het helpt om te accepteren dat iemand met autisme zijn of haar agenda niet helemaal vol kan plannen. Als je naaste ASS heeft, ligt zijn of haar bordje nu eenmaal sneller vol. Komt er een drukke periode aan die je niet kunt vermijden? Maak dan gebruik van schema’s, planners of duidelijke instructies. Zo houden jullie het overzicht en is de kans op overprikkeling kleiner.
  • Doe samen iets dat ontspant. Ontspannen helpt als iemand zich overweldigd of overprikkeld voelt. Wat iemand helpt ontspannen, is voor iedereen anders. Voor sommige mensen met autisme werkt meditatie, tuinieren of naar muziek luisteren. Lichaamsbeweging kan ook goed werken. Zoals wandelen, dansen, een stukje fietsen of yoga-oefeningen. Of zorg voor totale rust en ontspanning door een massage te geven, naar de sauna te gaan of op bed te liggen en een dutje te doen. Zorg thuis voor een kalme omgeving met rustige kleuren en een overzichtelijke indeling. Rustige muziek en bepaalde geuren kunnen hier ook bij helpen, bijvoorbeeld lavendel of rozemarijn.

Bronnen en expertise

Bronnen

Bij het samenstellen van deze pagina zijn de volgende bronnen geraadpleegd:​

  • ​Zorginstituut Nederland
  • Autisme.nl
  • Thuisarts.nl
  • Hersenstichting.nl

Informatie gecontroleerd door expert

De informatie op deze pagina is gecontroleerd door Bas Knopperts. Hij is specialist op het gebied van zorgverzekeringen en een veelgevraagd expert in de media. Bijvoorbeeld bij Radio 1 en het AD

Disclaimer

Het gebruik van de informatie is volledig de verantwoordelijkheid van de lezer. Independer staat niet in voor de medische correctheid, volledigheid en effectiviteit. Bekijk voor meer informatie ook ons redactioneel beleid.

Awards

De zorgverzekering vergelijker van Independer heeft al verschillende prijzen en awards gewonnen, waaronder de WUA Award en de Shopping Award.