In het kort

Heb je zwangerschapsdiabetes? Dan heb je tijdens de zwangerschap te veel suiker (glucose) in je bloed. Zwangerschapsdiabetes ontstaat door zwangerschapshormonen die tijdens de zwangerschap geproduceerd worden. Zwangerschapsdiabetes kan gevaarlijk zijn voor je baby. Zo is er meer kans op vroeggeboorte, of kan de baby erg hard groeien. Daarnaast hebben zowel jij als de baby meer kans om later diabetes type 2 te ontwikkelen. Behandeling van zwangerschapsdiabetes tijdens de zwangerschap is mogelijk op verschillende manieren: een dieet volgen, een behandeling door de gynaecoloog en diabetesverpleegkundige, of insuline spuiten. Na je zwangerschap gaat deze tijdelijke vorm van diabetes meestal vanzelf weer over.

Wat is zwangerschapsdiabetes?

Zwangerschapsdiabetes is een tijdelijke, milde vorm van diabetes die ontstaat tijdens de zwangerschap. Vaak is dit tussen de 24ste en 28ste week. Zwangerschapsdiabetes wordt ook wel diabetes gravidarum genoemd. Heb je zwangerschapsdiabetes? Dan blijft er tijdens je zwangerschap te veel suiker in je bloed zitten. Dit teveel aan suikers in het bloed kan vervolgens via de placenta bij je baby terechtkomen. Hierdoor stijgt het suikergehalte van je lichaam. Zwangerschapsdiabetes komt voor bij ongeveer een op de twintig zwangere vrouwen. Dit aantal is de laatste jaren flink gestegen. Deels is dit te verklaren doordat er meer en betere controles worden uitgevoerd op zwangerschapsdiabetes. Daarnaast worden vrouwen op steeds latere leeftijd moeder. Van de vrouwen van 40 tot en met 44 jaar krijgt ongeveer 20 procent zwangerschapsdiabetes.

Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?

Zwangerschapsdiabetes ontstaat door zwangerschapshormonen die tijdens je zwangerschap door de placenta worden aangemaakt. Gedurende de zwangerschap verandert de stofwisseling en reageert je lichaam minder goed op insuline. Insuline is het hormoon dat de bloedsuiker in je lichaam regelt. Meestal compenseert het lichaam dit door meer insuline aan te maken, zodat je bloedsuikerspiegel in balans blijft. Als je zwangerschapsdiabetes hebt, gebeurt dit niet of niet voldoende. Hierdoor blijft er te veel suiker in je bloed zitten en stijgt je bloedsuikerspiegel.

Wat merk ik/wat zijn de klachten?

Symptomen van zwangerschapsdiabetes zijn vaak moeilijk op te merken. Je merkt er zelf weinig van als je bloedsuikerspiegel stijgt. Wel kun je last hebben van vage klachten:

  • Vaak moeten plassen
  • Veel dorst, waardoor je veel drinkt
  • Vermoeidheid
  • Jeuk

Soms is op een echo te zien dat je baby erg groot is, of dat er veel vruchtwater in je baarmoeder zit. Dit kunnen tekenen zijn van zwangerschapsdiabetes.

Risicofactoren zwangerschapsdiabetes

Sommige risico’s zorgen ervoor dat iemand meer kans heeft op het ontwikkelen van zwangerschapsdiabetes.

  • Je hebt een vader, moeder, broer of zus met diabetes type 2.
  • Je hebt tijdens een eerdere zwangerschap al zwangerschapsdiabetes gehad.
  • Je hebt overgewicht (al voor je zwangerschap).
  • Je kreeg eerder een zware baby van meer dan 4.500 gram.
  • Je bent van Afrikaanse, Zuid-Aziatische of Midden Oosterse afkomst (bijvoorbeeld uit Turkije, Marokko, Pakistan, Suriname, Ghana of de Antillen).
  • Je bloedsuiker en cholesterol zijn al aan het begin van je zwangerschap te hoog.
  • Tijdens een eerdere zwangerschap is je baby om onduidelijke redenen overleden in de baarmoeder.
  • Je hebt PCOS (polycysteus-ovariumsyndroom).
  • Je eigen geboortegewicht was heel hoog of heel laag.


Hoe weet ik of ik zwangerschapsdiabetes heb?

Als een of meerdere risicofactoren voor jou gelden, moet je een glucosetolerantietest (GTT) doen. Gebeurt dit niet, maar heb je wel een verhoogd risico op zwangerschapsdiabetes? Vraag dan zelf een test aan. 

Voor deze test wordt bloed afgenomen. Vervolgens drink je een suikerdrankje op een nuchtere maag. Dit suikerdrankje bestaat uit 75 gram glucose opgelost in 200 milliliter water. Daarna moet je ongeveer twee uur wachten. Je mag tijdens dit wachten niets eten of drinken. Maar een klein beetje water drinken mag wel. Verder moet je rustig blijven liggen of zitten. Na twee uur wordt opnieuw bloed afgenomen. Hierbij wordt gekeken of je lichaam zelf insuline heeft aangemaakt om de overvloed aan suiker uit je bloed te krijgen. Is je bloedglucosewaarde hoger dan 7,8 mmol per liter? Dan heb je zwangerschapsdiabetes.

Is zwangerschapsdiabetes schadelijk voor mijn baby?

Een teveel aan suiker in je bloed is niet goed voor de baby. Er zijn verschillende gevolgen voor je baby als je zwangerschapsdiabetes hebt.

Macrosomie

Macrosomie betekent dat je baby te groot is geworden. Dit kan de bevalling bemoeilijken. Zo wordt het bijvoorbeeld lastiger om de schouders van de baby geboren te laten worden. Als de baby te groot is kan er schouderontwrichting ontstaan. Om dit te voorkomen worden vrouwen met zwangerschapsdiabetes soms al in week 38 of 39 van de zwangerschap ingeleid.

Hypoglykemie

Na de geboorte kan er bij je baby hypoglykemie ontstaan. Dit is een te laag bloedsuikergehalte. Je merkt dit niet aan je kindje. Een te laag bloedsuikergehalte wordt meestal eenvoudig opgelost met een infuus of extra voedingen.

Geelzucht

Ook kan de baby na de geboorte geel zien. Dit noem je geelzucht. Geelzucht ontstaat doordat organen nog niet volledig gerijpt zijn. Vaak is dit niet schadelijk en gaat het na een paar dagen vanzelf over. Geelzucht komt bij veel baby’s voor. Bij ernstige geelzucht die niet minder wordt, is een behandeling nodig. Deze behandeling krijgt je baby in het ziekenhuis.

Als je je bloedsuikerspiegel tijdens je zwangerschap beter onder controle krijgt, heeft je baby minder kans op deze problemen.

Is zwangerschapsdiabetes schadelijk voor de moeder?

Zwangerschapsdiabetes heeft ook voor de moeder gevolgen.

Te hoge bloeddruk

Door zwangerschapsdiabetes kun je een te hoge bloeddruk krijgen. Een te hoge bloeddruk is op zich niet gevaarlijk. Een enkele keer kun je last krijgen van klachten, zoals misselijkheid en hoofdpijn. Soms kan een te hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap leiden tot aandoeningen, zoals zwangerschapsvergiftiging. Het is belangrijk dat er dan snel ingegrepen wordt. Gelukkig word je bloeddruk tijdens je zwangerschap bij elk bezoek aan de verloskundige of gynaecoloog gecontroleerd.

Kans op diabetes type 2

Heb je zwangerschapsdiabetes gehad tijdens je zwangerschap? Dan heb je een verhoogde kans om diabetes type 2 te ontwikkelen. Zo heeft ongeveer de helft van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes na vijf tot tien jaar diabetes type 2. Ook je baby heeft een verhoogde kans op diabetes type 2. Daarom worden jij en je kindje de eerste vijf jaar na je zwangerschap jaarlijks gecontroleerd.

Behandeling

De behandeling van zwangerschapsdiabetes hangt samen met hoe snel je je bloedsuikergehalte onder controle krijgt. 

Dieet en meer bewegen

Heb je een te hoog bloedsuikergehalte tijdens je zwangerschap? Meestal krijg je dan van de verloskundige een verwijzing naar de diëtist. De diëtist schrijft een dieet voor dat afgestemd is op jouw gezondheid. Bij zwangerschapsdiabetes blijft er te veel suiker in je bloed zitten. Daarom is het belangrijk dat je bloedsuikerspiegel in balans blijft. Deze mag dus niet steeds heel hoog en dan weer heel laag worden. Je kunt deze schommelingen voorkomen met de juiste, gezonde voeding. Eet drie gezonde maaltijden per dag en niet meer dan vier tussendoortjes. Eet vooral groente, fruit, bonen, noten, volkoren brood, volkoren pasta en zilvervliesrijst. Kies liever niet voor wit brood, koekjes, gebak, snoep of chocola. Frisdrank en vruchtensappen, witte rijst, witte pasta, pizza of friet kun je ook beter laten staan. Zorg dat je daarnaast voldoende blijft bewegen door bijvoorbeeld elke dag te wandelen en een sport te kiezen die je leuk vindt.

Behandeling bij de gynaecoloog

Blijft je bloedsuikergehalte erg hoog? Dan krijg je van de verloskundige een verwijzing naar de gynaecoloog. Een team van specialisten (een gynaecoloog, internist en diabetesverpleegkundige) zullen je behandelen. Je wordt doorverwezen naar een diëtist en krijgt een bloedsuikermeter voor thuis. Een paar keer per dag controleer je je bloedsuiker. Noteer deze waardes in een boekje of in je telefoon. Een paar keer per week bespreek je deze waardes met de diabetesverpleegkundige en internist. Ook krijg je bij de gynaecoloog extra controles, zodat de groei van je baby in de gaten gehouden kan worden.

Insuline spuiten

Is je bloedsuiker heel hoog? Of blijft je bloedsuiker te hoog na adviezen en het volgen van een dieet? Dan kan je insuline spuiten. Insuline houdt je bloedsuiker stabiel. Normaal maakt je lichaam dit zelf aan, maar als je zwangerschapsdiabetes hebt gebeurt dit (bijna) niet. De internist en diabetesverpleegkundige leggen uit hoe je insuline kunt spuiten. Dit doe je met een insulinepen. Elke keer dat je prikt, doe je een nieuw naaldje op de pen. Voor je echt insuline gaat spuiten, oefen je met oefenvloeistof. Dit is verder niet schadelijk en heeft geen werking. Kies bij het prikken voor een stukje huid op je buik of bovenbeen. Zorg dat je elke dag op een andere plek prikt door iets op te schuiven. Insuline spuiten is niet schadelijk voor je baby. Je krijgt namelijk insuline die geschikt is voor zwangeren en baby’s. 

Hoe kan ik zwangerschapsdiabetes voorkomen?

Je kunt het risico op zwangerschapsdiabetes voor een deel voorkomen. Aan je afkomst of een familielid met diabetes type 2 kun je natuurlijk niets veranderen. Maar je kunt wel een aantal andere dingen doen:


  1. Een  gezond gewicht. Zorg dat je voor je zwanger wordt op een gezond gewicht bent. Val zo nodig af.
  2. Eet normale porties. Als je zwanger bent, hoef je niet voor twee te eten. Blijf normale porties eten, dus niet te veel en niet te weinig. Eet je bijvoorbeeld soep en wil je daar wat brood bij eten? Neem dan liever niet te veel, maar bijvoorbeeld enkel een sneetje.
  3. Eet verspreid over de dag. Eet liever niet in één keer te veel. Het is slim om goed verspreid over de dag te eten. Neem ook regelmatig een tussendoortje. Dit zorgt ervoor dat je langer een verzadigd gevoel hebt en geen behoefte krijgt aan ongezonde snacks. Zorg dat er tussen elke maaltijd en elk tussendoortje ongeveer twee à drie drie uur zit.
  4. Eet niet te veel koolhydraten in één keer. Het is ook verstandig om koolhydraten over je maaltijden te verspreiden. Kies het liefst voor langzame koolhydraten. Zoals volkoren brood, zilvervliesrijst, zoete aardappel, peulvruchten of quinoa. Zorg dat je ontbijt en lunch maximaal één soort koolhydraten bevatten. Je avondeten mag uit twee soorten koolhydraten bestaan.
  5. Eet voldoende vezels. Door vezels te eten houd je je bloedsuikerspiegel in balans. Vezels zitten in volkoren brood, fruit, groente, peulvruchten, noten en zaden.
  6. Mijd zoete drankjes. Het is belangrijk dat je voldoende drinkt. Drink het liefst water of thee. Mijd zoete drankjes, zoals energiedrankjes, vruchtensappen, frisdranken, drinkyoghurt, sportdranken en vitaminewater. Hier zitten erg veel suikers in.
  7. Ga voor gezonde tussendoortjes. Lekkere trek? Kies liever voor een gezond tussendoortje, zoals wortels, cherrytomaatjes, noten, zaden, augurken, olijven, een bakje yoghurt of fruit. Zorg dat je zo min mogelijk snoep, koek, gebak, chocolade, chips en gefrituurde snacks eet.
  8. Beweeg voldoende. Blijf voor en tijdens je zwangerschap voldoende bewegen. Ga bijvoorbeeld regelmatig wandelen, neem de trap in plaats van de lift, of fiets naar je werk. Zoek ook een sport die je leuk vindt om te doen en die bij jou past tijdens de zwangerschap. Zoals zwemmen, hardlopen, aerobics of yoga.

Na de bevalling

Ben je bevallen en had je tijdens je zwangerschap last van zwangerschapsdiabetes? Dan kunnen er na de bevalling extra controles nodig zijn voor je baby. Dit bepaalt de verloskundige of gynaecoloog die je tijdens je zwangerschap heeft begeleid. Of extra controles nodig zijn, hangt af van het gewicht van je baby en of je tijdens je zwangerschap insuline moest spuiten. Is de bloedsuiker van je baby te laag? Je baby moet dan langer in het ziekenhuis blijven voor controle en krijgt soms extra voeding. Dit kan via borstvoedingen of via een infuus. Een infuus is nodig wanneer je zelf nog niet veel melk aanmaakt. Heeft je baby een infuus nodig? Dit wordt gedaan door de kinderarts. Je baby komt dan terecht op de couveuseafdeling.

Na de bevalling is het voor de moeder van belang om gezond te blijven eten en voldoende te bewegen. Probeer af te vallen als je wat te zwaar bent. Je hebt na een zwangerschap met zwangerschapsdiabetes namelijk meer kans op diabetes type 2.

Wanneer contact opnemen met huisarts?

Bel de diëtist, verloskundige of diabetesverpleegkundige als je bloedsuikers tijdens je zwangerschap steeds te hoog of te laag zijn.

Spuit je insuline? Bel dan direct je gynaecoloog, internist of diabetesverpleegkundige als: 

  • je bloedsuikers te laag blijven;
  • je per ongeluk te veel eenheden insuline spuit;
  • je verward of versuft raakt;
  • je de baby minder voelt bewegen. 

Een te lage bloedsuikerspiegel noem je ook wel een hypo. Als je hierdoor bewusteloos raakt, moet er direct 112 gebeld worden. Bel ook altijd een arts wanneer je andere klachten krijgt. Zoals koorts, braken, diarree of een ontsteking (bijvoorbeeld een verkoudheid of blaasontsteking). Hierdoor kan je bloedsuikerspiegel namelijk snel uit balans raken. Blijf insuline spuiten, ook als je ziek bent. Overleg met je arts hoeveel je moet spuiten.

Bronnen en expertise

Bronnen

Bij het samenstellen van deze pagina zijn de volgende bronnen geraadpleegd:​

  • Thuisarts
  • Diabetesfonds
  • Máxima MC

Informatie gecontroleerd door expert

De informatie op deze pagina is gecontroleerd door Bas Knopperts. Hij is specialist op het gebied van zorgverzekeringen en een veelgevraagd expert in de media. Bijvoorbeeld bij Radio 1 en het AD


Disclaimer

Het gebruik van de informatie is volledig de verantwoordelijkheid van de lezer. Independer staat niet in voor de medische correctheid, volledigheid en effectiviteit. Bekijk voor meer informatie ook ons redactioneel beleid.


Awards

De zorgverzekering vergelijker van Independer heeft al verschillende prijzen en awards gewonnen, waaronder de WUA Award en de Shopping Award.