Keuze uit vier groepen voor oppervlakte huis

Bij het invullen van de inboedelwaardemeter moet je de oppervlakte van je huis invullen. De oppervlakte zegt hoe groot jouw huis is. Het is natuurlijk logisch dat in een groter huis doorgaans meer inboedel staat dan in een klein huis. Net als bij het inkomen kun je een keuze maken uit vier groepen:

  • t/m 90m2;
  • 91m2 t/m 140m2;
  • 141m2 t/m 190m2;
  • 191m2 t/m 300m2.​

Wat is de oppervlakte?

Heb je een koophuis? Dan kun je de oppervlakte terugvinden in het koopcontract. Vaak wordt bij de koop van een huis ook gesproken over de oppervlakte. Heb je een huurhuis? Dan is het lastig om achter de oppervlakte te komen. In je huurcontract staan wel vaak de afmetingen van kamers, maar lang niet altijd van het hele huis. Dan kan het nog wel eens puzzelen zijn voordat je de oppervlakte hebt gevonden. Je kunt dit zelf berekenen door de lengte van je huis te vermenigvuldigen met de breedte. Vergeet niet eventuele bergruimte, zoals een schuur buiten de woning, mee te tellen.

​Waarom is de oppervlakte belangrijk bij een inboedelverzekering?

Om te berekenen hoeveel je spullen waard zijn, gebruikt de verzekeraar een inboedelwaardemeter. Eén van de vragen van deze waardemeter gaat over de oppervlakte van je woning. De verzekeraar gaat ervan uit dat je meer spullen hebt, als je in een groot huis woont. En meer spullen betekent dat je inboedel meer waard is. Vandaar dat je deze vaak lastige vraag moet beantwoorden.

Tuin hoef je niet mee te tellen bij oppervlakte

De oppervlakte die je in moet vullen gaat alleen over jouw huis. De tuin hoef je dus niet mee te tellen. Heb jij buiten nog een schuur, garage of berging? Dan moet je die wel meetellen. De oppervlakte is de lengte x de breedte van al deze ruimtes samen. Is jouw huis groter dan 300m2? Dan kun je de inboedelwaardemeter niet gebruiken en moet je zelf de waarde van je inboedel bepalen. Bijvoorbeeld met behulp van een inventarislijst.