In het kort

Epilepsie is een hersenaandoening die gepaard gaat met aanvallen. Een epileptische aanval is een tijdelijke verstoring in je hersenen. Je hebt even geen controle meer over je lichaam. Een aanval kan een paar seconden, een paar minuten of soms langer duren. Er zijn verschillende soorten aanvallen. Hoe deze aanvallen eruitzien, kan per persoon verschillen. Heb je één epileptische aanval gehad? Dat betekent nog niet dat je epilepsie hebt. Je hebt pas epilepsie als je twee of meer aanvallen per jaar hebt. Of als je één aanval hebt gehad en er een afwijking in de hersenen zichtbaar is via een EEG (hersenfilmpje), MRI-scan of CT-scan. Heb je epilepsie? Dan kun je de aanvallen met medicijnen onderdrukken. Een duidelijke aanleiding of trigger voor epileptische aanvallen is niet altijd te vinden.

Wat is epilepsie?

Epilepsie is een aandoening van de hersenen, waarbij je aanvallen krijgt. Een aanval is een elektrische ontregeling in de hersenen. Er ontstaat dus tijdelijk een soort kortsluiting. Je kunt je hersenen vergelijken met een computer: er draaien tegelijkertijd allerlei programma’s waardoor je normaal kunt functioneren. Bij een aanval ontstaat er een storing in die computer, zonder dat je bijvoorbeeld het toetsenbord hebt aangeraakt. Hierdoor kunnen die programma’s niet meer normaal draaien. Epilepsie uit zich bij iedereen op verschillende manieren. Daarom zijn er ook verschillende soorten aanvallen. De bekendste is een grote aanval: iemand raakt buiten bewustzijn en valt heftig schokkend tegen de grond. Van een kleine of lichte aanval merk je soms niets. Er is dan sprake van een kleine ‘hapering’, waarna je gewoon weer verder gaat. Het lijkt alsof je voor je uit staart of even aan het dagdromen bent. In Nederland hebben ruim 200.000 mensen epilepsie. Jaarlijks krijgen ongeveer 6.000 Nederlanders de diagnose epilepsie. Epilepsie kan op elke leeftijd ontstaan. In veel gevallen ontstaat epilepsie op jonge leeftijd (als kind of tiener).

Wat is de oorzaak van epilepsie?

Bij ongeveer de helft van de mensen met epilepsie is er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen. Je krijgt dan dus ‘ineens’ een aanval. Soms is het wel duidelijk waarom epilepsie is ontstaan. Bijvoorbeeld omdat erfelijkheid een rol speelt, of omdat er sprake is van een hersenbeschadiging. In principe kan alles wat schade in de hersenen veroorzaakt uiteindelijk tot epilepsie leiden.

Beschadiging in de hersenen

Na een ziekte of hersenbeschadiging kan epilepsie ontstaan. Je hersenen raken hierdoor namelijk gevoeliger voor een aanval. Dit gebeurt alleen niet altijd. Beschadigingen aan de hersenen ontstaan bijvoorbeeld na een ongeluk, na overmatig alcoholgebruik voor een lange tijd of door een hersenaandoening, zoals een hersenbloeding of een hersentumor. Ook een hersenoperatie, littekenweefsel na een infectie of zuurstoftekort kunnen je hersenen gevoeliger maken voor epileptische aanvallen.

Hersenstoornis

De oorzaak van epilepsie is niet altijd alleen te vinden op één plek in je hersenen. Soms zit de oorzaak in het hersennetwerk. Bijvoorbeeld bij een afwijking in de bouw van het hersenweefsel of een afwijking in het weefsel dat de hersencellen voedt (bloedvaten). Ook een stofwisselingsstoornis, stofwisselingsziekte, of ontsteking kunnen ervoor zorgen dat er epilepsie ontstaat.

Erfelijkheid

Je kunt ook een erfelijke aanleg hebben. Er is dan geen hersenbeschadiging te vinden en de hersenen functioneren verder normaal. Is er een erfelijke oorzaak in je familie aangetoond of hebben meerdere mensen in je familie epilepsie? Dan is de kans dat jij epilepsie ontwikkelt groter. Wanneer deze hersenaandoening zal ontstaan, is meestal niet duidelijk. Er wordt nog veel onderzoek gedaan naar epilepsie en erfelijkheid.

Waardoor krijg ik een epileptische aanval?

Een epileptische aanval krijg je vaak onverwachts. Toch ontstaan er soms aanvallen die steeds dezelfde aanleiding hebben. Dit komt door bepaalde triggers of uitlokkers. Een uitlokker of trigger is geen verklaring voor het ontstaan van epilepsie. Wel kan het je gevoeligheid voor een aanval vergroten.

Voorbeelden van trigger of uitlokkers:

  • Je hebt je medicijnen tegen epilepsie (anti-epileptica) niet ingenomen.
  • Lichtflitsen, bijvoorbeeld flikkerende lichten tijdens een concert of van een computerspelletje.
  • Slaaptekort, zoals na een weekend veel uitgaan en weinig slaap.
  • Koorts, waarbij je lichaamstemperatuur sterk wisselt.
  • Voor of na periodes van spanning, emotie of stress.
  • Menstruatie (hormonale veranderingen).
  • (Langdurig) overmatig alcoholgebruik of drugsgebruik.

Soorten epileptische aanvallen

Er bestaan verschillende soorten epileptische aanvallen:

Absence

Een absence wordt ook wel omschreven als een ‘korte afwezigheid’. Je staart drie tot dertig seconden voor je uit. Het lijkt daarom op dagdromen. Soms heb je last van kleine, subtiele schokjes in je handen of buigt je hoofd iets voor- of achterover. Daarnaast kunnen je ogen wegdraaien of kort knipperen. Bij een absence verlies je heel kort je bewustzijn, waardoor je even ophoudt met waar je mee bezig was. Je valt meestal niet. Absences komen het meest voor bij kinderen en meer bij meisjes dan bij jongens. Ze zijn moeilijk te herkennen. Door een absence kunnen kinderen net even niet opletten, waardoor ze belangrijke informatie missen. Pas als de schoolprestaties minder worden, kan weleens ontdekt worden dat een kind last heeft van absences.

Tonisch-clonische of grote aanval

Een tonisch-clonische aanval wordt een grote aanval of insult genoemd. Bij deze epileptische aanval verlies je je bewustzijn. Je lichaam verkrampt, waardoor je op de grond valt. Dit noem je de tonische fase. Vervolgens beginnen je spieren te schokken, met name de spieren in je benen, armen en gezicht. Dit is de clonische fase. Daarna worden je spierbewegingen steeds langzamer, waarna je traag bijkomt. Deze aanval duurt meestal een paar minuten. Bij een grote aanval is er sprake van een storing in beide hersenhelften. Vaak komt een grote aanval onverwachts, maar soms voelen mensen vlak voor de aanval iets vreemds. Dit is een aura, oftewel een kleine (focale) aanval vóór de grote aanval. Ze voelen een opstijgend gevoel vanuit de maag of ruiken, ervaren of proeven iets geks. 

Focale aanval met normaal bewustzijn

Bij een focale aanval met intacte gewaarwording gaat er alleen iets mis in een klein deel van de hersenen. Je bent dus wel bij bewustzijn. Tijdens zo’n focale aanval met normaal bewustzijn kan je arm of been opeens schokken. Of je voelt, ziet of ervaart iets. Bijvoorbeeld een déjà vu, hallucinaties of stemmingsveranderingen. Deze aanval kan uitbreiden naar focale aanval met verminderde gewaarwording of naar een grote aanval.

Focale aanval met verminderde gewaarwording

Heb je een aanval met verward, vreemd gedrag zonder reactie? Dit noem je een focale aanval met verminderde gewaarwording. Bij deze aanval is je bewustzijn niet helemaal weg, maar wel verminderd. Je kunt voor je uitstaren en reageert niet of nauwelijks. Meestal vertoon je vreemd gedrag, met automatische handelingen of ‘automatismen’. Je gaat bijvoorbeeld schreeuwen, lachen, friemelen of smakken. Of je gaat plotseling spullen verplaatsen, je uitkleden, doelloos rondlopen of vertoont agressief gedrag.

Tonische aanval, clonische aanval of atone aanval

Bij een tonische aanval verlies je je bewustzijn en verkrampt je hele lichaam. Alle spieren in je lichaam spannen zich in één keer aan. Heb je een clonische aanval? Ook dan verlies je je bewustzijn. Vervolgens begint je lichaam ritmisch te schokken. Deze schokken vinden plaats aan één kant, of aan beide kanten van je lichaam. Bij een atone aanval verslappen je spieren plotseling. Hierdoor zak je in elkaar en val je meestal voorover. Vaak verlies je bij deze aanval maar een paar seconden je bewustzijn. 


Verschil tussen epilepsie en een aanval?

Ook zijn er aanvallen die lijken op epileptische aanvallen, maar die uiteindelijk geen epilepsie zijn. Denk aan flauwvallen of aanvallen die niet door epilepsie worden veroorzaakt.

Flauwvallen

Bij flauwvallen of wegraking verlies je kort je bewustzijn. Er stroomt dan even te weinig bloed naar je hersenen. Er is sprake van een zeer lage bloeddruk. De bloedvaten worden wijder in plaats van dat ze samenknijpen, waardoor er bloed naar beneden zakt. Ook je hartslag vertraagt. Hierdoor pompt het hart te weinig bloed naar de hersenen. Het wordt zwart voor je ogen en je verliest je bewustzijn. Meestal gaat het dan om flauwvallen. Dit heet in medische termen vasovagale syncope.

Psychogene niet-epileptische aanvallen (PNEA)

Een psychogene niet-epileptische aanval of PNEA lijkt op een epileptische aanval, maar is dit niet. Bij een PNEA zijn er geen elektrische ontladingen in de hersenen te zien. Deze aanvallen hebben juist een psychische oorzaak. Denk aan trauma, langdurige emotionele overbelasting of spanningen. Een PNEA is dus een uiting van spanning en emoties. Als je een PNEA hebt, werken medicijnen tegen epilepsie niet. In plaats daarvan bestaat de behandeling van PNEA uit gesprekken en psychomotorische therapie bij een epilepsiecentrum. Je gaat op zoek naar de oorzaak van de aanvallen en leert beter ontspannen met ontspannings- en ademhalingsoefeningen.

Wat kan ik doen als ik een aanval heb gehad?

Eén aanval betekent nog niet dat je ook echt epilepsie hebt. Heb je voor het eerst een aanval gehad? Dan kun je een aantal dingen doen.

  • Bekijk hoe je je leven inricht. Soms wordt een aanval getriggerd. Uitlokkers zijn bijvoorbeeld stress of een enorm slaaptekort. In welke omstandigheden heb jij een aanval gehad? Was het in een periode dat je het heel druk had op je werk? Of ervaar je veel spanning, doordat er een naaste ernstig ziek is? Bekijk of jouw situatie het toelaat om stress, spanning of slaaptekort te verminderen. Het vermijden van stress of werken aan je slaapritme is geen garantie dat je nooit meer een aanval krijgt. 
  • Vraag je omgeving om op te letten. Vertel mensen in je omgeving dat je een epileptische aanval hebt gehad. Vraag of ze willen opletten bij een eventueel volgende aanval. Het kan daarnaast handig zijn om de aanval te laten filmen. Zo kan de huisarts of neuroloog beter beoordelen wat er aan de hand is. 
  • Laat je omgeving vragen stellen. Heb je weer een aanval gehad? Dan kan je je daar vaak niets van herinneren. Als er mensen in de buurt waren die de aanval gezien hebben, laat hen dan een aantal vragen stellen. Bijvoorbeeld of je de aanval voelde aankomen, hoe de aanval begon, hoe de aanval eruitzag en hoe lang de aanval ongeveer duurde. Ook of je zelf ‘uit’ de aanval kwam en of er na de aanval nog verschijnselen waren zijn belangrijke peilers.


Wat kan ik zelf doen bij epilepsie?

Als je epilepsie hebt, is het fijn om je leven in te richten op een manier die bij jou past. Daarnaast zijn er dingen die je niet mag doen als je epilepsie hebt. Dit kun je zelf doen: 

  • Regelmaat en structuur. Zorg ervoor dat je een regelmatig en gezond eetpatroon hebt, dat je voldoende slaapt en genoeg rustmomenten inplant. Stress, spanning, slaaptekort, alcohol of drugs kunnen triggers zijn voor aanvallen. 
  • Gevaarlijke situaties. Probeer gevaarlijke situaties te vermijden. Ga bijvoorbeeld niet autorijden als de arts nog niet heeft aangegeven dat dit voor jou weer veilig is. Maar let ook op met werken op hoogte, vissen aan de waterrand of werken met gevaarlijke machines. Kinderen kunnen beter niet in hoge klimrekken klimmen of alleen naar school fietsen. Zorg dat er iemand bij is.
  • Goede uitleg omgeving. Het is belangrijk dat je omgeving weet wat een epileptische aanval is. Daarnaast is het handig om hen te vertellen wat ze moeten doen tijdens een aanval en wat niet. Denk aan de juf of meester, iemand van een kinderdagverblijf of bso of docenten op de middelbare school. Maar ook, op latere leeftijd, vrienden of collega’s.
  • Iemand in de buurt. Wil je in bad, ga je zwemmen of iets anders doen voor een wat langere tijd? Zorg dan altijd dat er iemand in de buurt is die kan controleren of het nog goed gaat. Of ga samen met een vriend, collega of familielid sporten of wandelen.
  • SOS-ketting. Ben je in een omgeving waar je niemand kent? Dan kan een SOS-ketting handig zijn. Dit is een ketting of armband waarop staat welke aandoening je hebt, wat iemand kan doen en wie er gebeld moet worden. 
  • Zorgen en angsten. Iedereen is weleens angstig of maakt zich zorgen. Als je epilepsie hebt, kun je bang zijn voor een volgende aanval. Bespreek dit met mensen in je omgeving. Houd de angst je erg bezig? Kaart dit aan bij de huisarts.

Ben je getuige van een epileptische aanval?

Misschien zie je ooit iemand die een epileptische aanval krijgt. Wat kun je dan doen?

  • Probeer rustig te blijven.
  • Blijf bij degene die de aanval heeft.
  • Probeer ongelukken of verwondingen te voorkomen, door bijvoorbeeld de omgeving vrij te maken van scherpe voorwerpen. 
  • Duurt een aanval langer dan vijf minuten? Bel dan 112.

Bij een tonisch-clonische aanval of grote aanval is het belangrijk dat de patiënt vrij kan ademhalen.

  • Leg iemand (als het schokken voorbij is) op zijn zij. Dit wordt de stabiele zijligging genoemd.
  • Stop geen dingen in iemands mond of tussen de tanden. Geef ook geen water.
  • Probeer schokkende bewegingen niet tegen te houden.
  • Leg een kussen, trui of iets anders zachts onder het hoofd.
  • Verwijder scherpe voorwerpen, maak strakke kleding los en neem eventueel iemands bril af.

Diagnose epilepsie

De diagnose epilepsie wordt in een aantal stappen gesteld.

Arts of neuroloog

Eerst ga je in gesprek met de arts of neuroloog. Deze arts wil alles weten over de aanval die je hebt gehad. Vaak weet je dit zelf niet meer. Neem daarom iemand mee die erbij was. De neuroloog of arts wil bijvoorbeeld weten hoe de aanval eruitzag, hoe lang de aanval duurde en of je na de aanval nog veel last had. Daarnaast kan de arts vragen of het om bewegingen aan één kant of beide kanten van je lichaam ging en of er sprake was van urineverlies. Zelf heb je waarschijnlijk ook vragen voor de arts. Zorg er daarom voor dat je deze van tevoren op papier zet.

EEG (elektro-encefalogram)

Tijdens een EEG of hersenfilmpje worden elektrische verstoringen in je hersenen gemeten. Hiervoor krijg je 22 elektroden op je hoofd geplakt. Elektroden zijn metalen plaatjes die de hersenactiviteit meten. Aan deze elektroden zijn lange draden verbonden die weer vastzitten aan een computer. Tijdens een epileptische aanval is de activiteit in je hersenen ernstig verstoord. Dit kun je op het computerbeeldscherm herkennen als pieken en piekgolven. Er zijn verschillende soorten EEG’s, zoals een standaard-EEG, een slaap-EEG of een 24-uurs-EEG. Afhankelijk van het soort aanval bepaalt de arts welk EEG-onderzoek er nodig is.

Scan

Heb je epilepsie? Dan wordt er verder beeldvormend onderzoek gedaan. Met een MRI-scan of CT-scan kan een afwijking in je hersenen worden opgespoord. Deze afwijking kan de oorzaak van epilepsie zijn. Bij de meeste mensen met epilepsie wordt een MRI-scan gedaan. Tijdens een MRI-scan worden er met magnetische velden en radiogolven afbeeldingen gemaakt van bepaalde delen van je hersenen. Met een CT-scan worden je hersenen met röntgenstralen in beeld gebracht.

Aanvullende onderzoeken

Soms zijn er aanvullende onderzoeken nodig. Bijvoorbeeld een bloedonderzoek, neuropsychologisch onderzoek of cardiologisch onderzoek. Een cardiologisch onderzoek brengt de werking van je hart en eventuele aandoeningen in kaart. Met een neuropsychologisch onderzoek kan eventuele schade aan je hersenen worden opgespoord. Dit wordt gedaan door de cognitieve functies van je hersenen op een rij te zetten. Denk aan geheugen, concentratie, planning, ruimtelijk inzicht en taal.

Behandeling epilepsie

Epilepsie kan op verschillende manieren behandeld worden. 

Medicijnen

De behandeling van epilepsie begint vrijwel altijd met medicatie, namelijk anti-epileptica. Met medicijnen heeft ongeveer 70 procent van de patiënten helemaal geen last meer van aanvallen. Met anti-epileptica voorkom je nieuwe aanvallen. Het overmatig ontladen van de hersencellen wordt hiermee onderdrukt. Je geneest epilepsie niet met medicatie. Sommige patiënten hebben gelijk (bijna) geen aanvallen meer, bij andere mensen duurt het een aantal maanden. Medicatie is niet altijd nodig. Bijvoorbeeld als je nog maar één keer een epileptische aanval hebt gehad. Heb je alleen ‘s avonds epileptische aanvallen, of is er een duidelijke trigger (zoals lichtflitsen)? Dan bespreekt de arts met jou of medicatie echt nodig is. 

Hersenoperatie

Werken medicijnen niet goed? Dan kan epilepsiechirurgie of een hersenoperatie nodig zijn. Jaarlijks krijgen ongeveer 200 mensen in Nederland een hersenoperatie. Tijdens deze operatie verwijdert de chirurg de epilepsiebron of epilepsiehaard. Dit is het gedeelte in de hersenen waar de epileptische aanvallen ontstaan. Hierdoor stoppen de epileptische aanvallen volledig. Een operatie is alleen mogelijk als medicatie niet goed werkt, de aanvallen duidelijk in één afgebakend hersengebied ontstaan en als de chirurg dit veilig kan verwijderen. Dit betekent dat belangrijke hersenfuncties, zoals lopen en praten, niet uitvallen na de operatie. Bij kinderen wordt steeds vaker een hersenoperatie gedaan. Zo wordt langdurig medicijngebruik voorkomen. Om te onderzoeken of een operatie mogelijk is, wordt er uitgebreid onderzoek gedaan.

Nervus Vagus Stimulatie (NVS)

Soms wordt medicatie gecombineerd met Nervus Vagus Stimulatie (NVS). Hierbij wordt er tijdens een operatie een stimulator geplaatst in je hersenen. Dit apparaatje stuurt kleine stroomstootjes naar de nervus vagus, de zenuw in je hals. De nervus vagus is de belangrijkste hersenzenuw. Met een stimulator kun je aanvallen voorkomen of het aantal aanvallen verminderen. NVS is mogelijk als medicatie bij epilepsie bij jou minder goed aanslaat. Daarnaast is NVS een optie als een hersenoperatie bij jou niet mogelijk is of als je na zo’n operatie last blijft houden van aanvallen.

Deep Brain Stimulation (DBS)

Is je epilepsie moeilijk te behandelen? Dan kan Deep Brain Stimulation (DBS) een optie zijn. DBS of diepe hersenstimulatie is een relatief nieuwe behandeling tegen epilepsie. Voor patiënten met de ziekte van Parkinson wordt dit al langer gebruikt. Bij DBS worden twee diepte-elektroden door een chirurg in de hersenen geplaatst. Dit gebeurt operatief. Deze elektroden worden vervolgens onder de huid verbonden met een elektrische stimulator of neurostimulator. Zo’n neurostimulator wordt onder het sleutelbeen of in de buik geplaatst. De elektroden stimuleren een specifiek gedeelte in je hersenen. Daarom werkt DBS tot nu toe alleen bij mensen met focale epilepsie, waarbij aanvallen vanuit een vaste plaats in de hersenen ontstaan. DBS is een optie voor jou als anti-epileptica niet aanslaat en een hersenoperatie niet mogelijk is. Meestal wordt eerst NVS toegepast, daarna DBS.

Ketogeen dieettherapie

Als medicatie niet werkt of je hebt erg veel last van bijwerkingen, dan kun je het ketogeen dieet volgen. Je kunt niet zomaar met dit dieet beginnen. Het is namelijk een vorm van dieettherapie onder medische behandeling dat je heel precies moet volgen. Bij een ketogeendieet eet je veel vetten, voldoende eiwitten en weinig koolhydraten. Normaal halen de hersenen hun energie uit koolhydraten. Krijgt je lichaam te weinig koolhydraten binnen? Dan gaat je lichaam over op vetzuurverbranding. De vetten worden afgebroken, waardoor er ketonen ontstaan. Dit kunnen je hersenen nu gebruiken als brandstof. Door het volgen van het ketogeendieet komt je lichaam in ‘ketose’. Hoe het precies werkt is nog onbekend, maar het kan ervoor zorgen dat er minder epileptische activiteit in de hersenen is. Zo heb je steeds minder last van aanvallen. Ketogeen dieettherapie is geschikt voor baby’s, kinderen en volwassenen.

Wanneer contact opnemen met huisarts?

Als je voor het eerst een aanval hebt gehad, neem dan contact op met de huisarts. Samen met de huisarts bespreek je wat er is gebeurd. Neem eventueel iemand met je mee die erbij was. Soms is nader onderzoek nodig. Geen afwijkingen gevonden na het onderzoek? Dan besluiten de neuroloog en huisarts vaak om het af te wachten. Wanneer er geen volgende aanval volgt, is er geen sprake van epilepsie. Het kan ook zijn dat er meer aanvallen volgen. In de meeste gevallen schrijft de huisarts of neuroloog anti-epileptica voor.

Epilepsie kan grote gevolgen hebben en heeft een flinke impact op je dagelijks leven. Heb je vragen, loop je tegen problemen aan of ben je erg angstig? Bespreek dit met de huisarts. In sommige ziekenhuizen kun je terecht bij speciale epilepsieverpleegkundigen of epilepsieconsulenten die mensen met epilepsie en hun naasten helpen en begeleiden. Ook zijn er twee epilepsiecentra in Nederland. Hier werken maatschappelijk werkers en psychologen die de nodige begeleiding of advies bieden.

Bronnen en expertise

Bronnen

Bij het samenstellen van deze pagina zijn de volgende bronnen geraadpleegd:​

  • Thuisarts.nl
  • Hersenstichting
  • Epilepsie.nl
  • UMC Utrecht

Informatie gecontroleerd door expert

De informatie op deze pagina is gecontroleerd door Bas Knopperts. Hij is specialist op het gebied van zorgverzekeringen en een veelgevraagd expert in de media. Bijvoorbeeld bij Radio 1 en het AD


Disclaimer

Het gebruik van de informatie is volledig de verantwoordelijkheid van de lezer. Independer staat niet in voor de medische correctheid, volledigheid en effectiviteit. Bekijk voor meer informatie ook ons redactioneel beleid.


Awards

De zorgverzekering vergelijker van Independer heeft al verschillende prijzen en awards gewonnen, waaronder de WUA Award en de Shopping Award.